14 juni 2010
11 juni 2010
10 juni 2010
6 juni 2010
29 mei 2010
terug
|
Bouta
Over een paar dagen vertrek ik naar het land van Bouta, koosnaampje voor ex-legerleider Desi Bouterse.
Ik bezocht Suriname voor het eerst in 2005 en verloor mijn hart reeds bij de landing op Zanderij. Een goed gekozen naam
voor het vliegveld dat officieel Adolf Pengel International Airport heet. Zand, aarde. Uit koude klei getrokken
herkende ik de overweldigende geur van aarde. Een vage koude herinnering werd wellevend, resonerend in mijn lichaam:
groen, vochtig, biomassa, leven, dood, modder, zon, stuff life is made of. Een heerlijk soort van thuiskomen waar surinamers het woord
heimwee aan verklinken. De geur van hun land. Maar als oer hollandse bakra, nooit eerder zo ver gereisd, kan ik zeggen: een "thuis"-
geur van menig levend wezen. Opgeslagen in onze menselijke dna. Onberoerd voet aan Zanderij zetten is een hint dat je waarschijnlijk
van buitenaardse afkomst bent.
Dat eerste bezoek in 2005 was het zaadje dat direct kiem vatte. Een land, optimistisch en bruisend van vruchtbare grond, letterlijk en figuurlijk.
Jonge mensen die voor het eerst sinds, tsja, wat, 1975, misschien al lang daarvoor, niet langer de toekomstblik richten op Nederland, maar die zich in hun
eigen land willen ontplooien. Een redelijk stabiele economie, hoewel een deel daarvan nogal grijs, maar toch, stabiel. Een vrij toegankelijke universiteit,
sociale cohesie ondanks de vele culturen die er verkeren.
Ik tref een illustratieve foto op mijn "cellulair": De moskee en de synagoge staan op steenworp afstand van elkaar. In een doorkijkje zie je een samenvattend verhaal: van koloniale
bouwstijl tot de ijkpunten van diverse culturen. Suriname lijkt een land waar alles gemoedelijk mixed onder een deken van hitte en vocht, de geur van aarde
en groen. Een paar honderdduizend inwoners op eindeloze hectares die zowel kust, rivier en amazonewoud omvatten. Een eindeloze voorraad aan grondstoffen:
bauxiet en goud, om maar wat te noemen. Een land met historische banden met Nederland, een land dat voorzichtig begint aan "ecotourisme", een land
met een enorme potentie. Hoe dan, fu gado, de inrichting.
Corruptie, kinnesinne tegenover de voornamelijk chinese detailhandel, dezelfde chinezen die ook
pogen het land te asfalteren. Chinezen die met kwik grootschalig goudwinnen in de rivieren, een ravage achterlatend aan dode vis en navolgend fauna en flora. Brasilianen die daarentegen met klassieke zeven
handwerk doen worden aangewezen als rovers...
Nu dan, na mijn verbijstering over de verkiezingswinst van Bouterse, spreek ik met een neef van een dierbare surinaamse: hij is verheugd.
Niet zo jong meer en al sinds jaren in Nederland. Boekhouder met baan en vader van twee nederlandse kinderen.
Hij is slim en meestal in het gareel, maar heeft ook al kennisgemaakt met justitie, een akkefietje, bleek.
Ook hij denkt dat Suriname met Bouterse kan doorstoten naar verandering. En dat Bouterse bovendien wel van zijn fouten geleerd heeft.
Dat hij het meer dan ooit goed wil doen.
Voor zijn volk. Dat hij Suriname, nu legitiem gekozen, wil voorgaan in wat destijds alleen maar met geweld kon worden bereikt:
Democratie, werkelijke onafhankelijkheid, ook van het moederland Nederland; de kolonisator, de dief.
Ennuh, what about that coke business? Zoals gezegd, de economie is grijs. De staat mag dan arm zijn maar de mensen hebben doekoe. Dat kan domweg
niet anders dan via een hossel.
Ik denk terug aan mijn verblijf in 2005. Inderdaad, geen geweld, weinig criminaliteit. Mensen hebben te eten. Meer dan dat. Een auto,
een televisie. Dat regelen ze onderling want een hoogopgeleide staatsambtenaar verdient grosso modo zo'n 2, 3 honderd euro per maand. Maar dan Hoe dan? En hoe nu verder?
|
|