14 juni 2010
11 juni 2010
10 juni 2010
6 juni 2010
29 mei 2010
terug
|
Honda
Waka waka e e . Ik krijg het deuntje van Shakira niet meer uit mijn hoofd.
De WK koorts heeft toegeslagen in Suriname.
Voetbal is feest in Suriname. Nou zijn Surinamers doorgaans goed in het bouwen van feestjes. Hoewel aan de randen van
het land, zoals in Albina, Brazilianen doorgaans niet echt met open armen worden ontvangen als gastarbeiders noch goudzoekers,
worden overal op straat Braziliaanse vlaggen verkocht. Als het om voetbal gaat, omarmt het land zijn buur.
Er worden hier en daar twijfelachtige Oranje Huizen opgericht, daar waar veel toeristen en stagiaires komen, en desgevraagd
juichen sommige Surinamers in tweede instantie ook wel een beetje voor Holland. Of misschien wel voluit, maar daar zit dan
een kleverig schuldgevoel aan. Suriname los van het machtige Nederland is in een transformatie fase. Dat gaat gepaard met
pijntjes, onbehagen, oude vertrouwde sentimenten die moeten worden losgelaten. Er klinken hier en daar stevige anti-Nederland
geluiden, maar ik zie onder het oppervlak een vreemd soort innerlijke strijd.
Een vrouw van middelbare leeftijd komt me feliciteren met de overwinning van Nederland, eerder vandaag tegen Denemarken.
Ik moet lachen omdat ik het nationalistisch sentiment dat zij met die uitspraak honoreert domweg niet voel. Ik zeg "dank je
en jij ook gefeliciteerd!". Ze lacht haar schots en scheve tanden ruiterlijk bloot.
Terwijl ik verder loop overvalt mij een gruwelijke twijfel. Was er nu over een generatie en werelddeel heen een verstandhouding
of heb ik een vraiment terrible koloniale uitspraak gedaan?
Ik hoop dat voetbal werkelijk verbroederd.
Stilletjes vermoed ik dat, mocht Brazilie onverhoopt ergens sneuvelen voor de finale
en Nederland bv wel verder komt, Suriname oranje zal kleuren. Een feestje laat men hier niet schieten.
Al zal het hier en
daar met gene en onwil zijn.
Zoiets als een foute liefde waarvoor je toch weer voor de bijl gaat.
|
|